Zondag 31 juli
We waren ietsje eerder aan het ontbijt en toen bleek er toch weer iets meer keus. De wat aparte heerschappen die ons gasthof bestieren, vullen gewoon niets meer bij, hooguit een sapje en dat is het wel. En aparte heerschappen zijn het zeker, met name eentje. Die zou zo kunnen figureren in een Engelse detective als geestelijk mishandelde zoon van een tirannieke moeder die uiteindelijk zijn moeder ombrengt en haar in stukjes over vuilcontainers verspreid. Hopelijk snap je een beetje het type zonderling dat ik hier probeer weer te geven.
Na het ontbijt het weblogje ge-updatet. Hierna zijn we weer rond de Weissensee gaan lopen. Nu lag het tempo een stuk hoger dan eerder deze week, terwijl de inspanningen van gisteren nog in onze kuiten gekerfd stonden (dank Maarten Ducrot). Richting het einde van onze wandeling is een soort van recreatiegebiedje waar je kan zwemmen, spelen enz. Je kan hier ook koffie drinken, dat was dan ook onze opzet. En zowaar, ook hier hebben ze Haferl Kaffee, dat kom je door heel Duitsland tegen evenals de Haferl Shokolade. Dat moet wel bijzonder zijn, dacht ik, dus laat ik er nu maar eens eentje bestellen. Ik kreeg een beker met koffie. Vol verwachting nam ik mijn eerste slokje. Het viel niet mee en niet tegen, maar heel speciaal was het zeker niet. Toch maar eens Google Translate geraadpleegd, blijkt dat Haferl gewoon mok of beker betekent. Niks bijzonders dus die koffie. Ach we konden de gein er wel van inzien.
’s Middags beetje rustig aan gedaan en daarna naar Füssen gereden. Min of meer direct naar het hohe Schloss gelopen, want dat ging bijna sluiten.
De muren van het slot zijn dusdanig beschilderd dat er een 3D-effect ontstaat, heel leuk gedaan. Het blijkt dat de schilderingen stammen uit de 15e eeuw.
Na ons bezoekje aan het slot hebben wij onszelf op een ijsje getrakteerd. En wat een traktatie was dat! Zelfs zo lekker dat we ons een tweede maal verwend hebben met een bolletje Schlossijs. Hierna bij een leuk tentje tamelijk slecht gegeten, heel vet, heel zout en verder niks bijzonders. Wel jammer dat ons laatste maaltje in Duitsland zo tegenviel.
’s Avonds de laatste voorbereidingen getroffen voor onze trip naar de Ardennen. Het plan is om rond negen uur te vertrekken.
Maandag 1 augustus
We hebben het voor mekaar gekregen om de auto te starten om kwart over negen. De eerste twee uur ging het asfalt in razende vaart onder ons door. Zo nu en dan werd de snelheid eruit gehaald door een Baustelle, maar dat mocht de pret niet drukken. Bij de eerste tankbeurt hadden we wel enorme vertraging, ruim een half uur gewacht voordat we konden tanken. Zonde van de tijd, want je rust nog niet uit, terwijl je ook niet verder komt. Bakkie gedaan en weer ingestapt. De volgende etappe ging eigenlijk net zo voorspoedig. We hadden een klein stukje file, maar dat mocht geen naam hebben, een paar Baustelle, maar verder konden we met hoge snelheid Duitsland door. Een laatste stop om wat te eten en toen de laatste 150 kilometer naar Trois Ponts. Daar kwamen we uiteindelijk om kwart voor vijf aan.
Trois Ponts is een schattig parkje, niet al te groot. Wel heel veel spelende kinderen toen wij aankwamen. Je hebt geen privé-terras en iedereen lijkt mekaar al te kennen. Het huisje zelf is vrij simpel en sommige zaken zijn met de Franse slag aangesloten. De badkamer is een combinatie van heerlijk (de douche) en vreselijk (de wasbak en het toilet). Het bed is heel erg klein, maar het onderlaken nog kleiner.
Boodschappen gedaan bij de CarreFour en een curry-achtig hapje gemaakt. Het was niet zoals we gewend zijn, maar het was wel erg lekker. Daarna nog loopje over het park gemaakt en toen moe naar bed.
























